home   contact   zoek
home   contact   zoek
Register Login
 
St. Michaëlschool
informatie
speciale zorg

De ontwikkeling van de leerlingen wordt vanaf het moment dat zij op school komen gevolgd, zowel op cognitief als op sociaal/emotioneel gebied. Dit gebeurt aan de hand van observaties en toetsen. Iedere leerling ontwikkelt zich op zijn eigen wijze, maar in de meeste gevallen zal in die ontwikkeling een opgaande lijn zitten. Indien de ontwikkeling traag verloop, stagneert of juist heel snel gaat, heeft de leerling speciale zorg nodig. In eerste instantie zullen de leerkrachten zelf, in de groep, met de speciale zorg beginnen. Indien dit geen of te weinig resultaat oplevert, zal de hulp van de intern begeleider worden ingeroepen.

De intern begeleider is belast met het opzetten en onderhouden van een zorgstructuur. Binnen de zorgstructuur onderscheiden wij zes fasen waarin een leerling zich kan bevinden. Aan iedere fase is een aantal acties gekoppeld die door de leerkracht of door de intern begeleider zullen worden ondernomen. Deze acties liggen tussen hulp binnen de groep door de leerkracht (fase 1) en verwijzing naar het speciaal onderwijs (fase 6). Zodra een leerling wordt opgenomen in de zorgstructuur zullen de ouders hiervan op de hoogte worden gesteld. Indien wenselijk en/of mogelijk zullen de ouders betrokken worden bij de speciale zorg aan hun kind. Indien binnen de school de nodige deskundigheid ontbreekt, kan de interne begeleider een beroep doen op o.a. de schoolbegeleidingsdienst (ABCG) of het samenwerkingsverband (WSNS), waarin naast een aantal andere basisscholen ook het speciaal onderwijs vertegenwoordigd is. In voorkomende gevallen kan ook de afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD ingeschakeld worden.

Indien de school niet over voldoende middelen beschikt om de speciale zorg aan een leerling te realiseren, kan een aanvraag tot toelating op een speciale school voor basisonderwijs een oplossing zijn. Een aanvraag hiervoor kan nooit geschieden zonder toestemming van de ouders en wordt altijd getoetst door de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Indien ouders liever niet willen dat hun kind naar het speciaal onderwijs gaat, bestaat er ook nog de mogelijkheid om leerlinggebonden financiering aan te vragen (het rugzakje).

Naast de speciale zorg voor leerlingen met een vertraagde of stagnerende ontwikkeling kennen wij ook de speciale zorg voor leerlingen waarbij de ontwikkeling juist heel snel verloopt. Om de zorg aan deze leerlingen zo goed mogelijk te laten verlopen hebben wij een beleidsplan opgesteld. In dit plan wordt o.a. omschreven hoe de signalering verloopt en op welke wijze de begeleiding kan verlopen.

De ontwikkeling van de leerlingen wordt vanaf het moment dat zij op school komen gevolgd, zowel op cognitief als op sociaal/emotioneel gebied. Dit gebeurt aan de hand van observaties en toetsen. Iedere leerling ontwikkelt zich op zijn eigen wijze, maar in de meeste gevallen zal in die ontwikkeling een opgaande lijn zitten. Indien de ontwikkeling traag verloop, stagneert of juist heel snel gaat, heeft de leerling speciale zorg nodig. In eerste instantie zullen de leerkrachten zelf, in de groep, met de speciale zorg beginnen. Indien dit geen of te weinig resultaat oplevert, zal de hulp van de intern begeleider worden ingeroepen.

De intern begeleider is belast met het opzetten en onderhouden van een zorgstructuur. Binnen de zorgstructuur onderscheiden wij zes fasen waarin een leerling zich kan bevinden. Aan iedere fase is een aantal acties gekoppeld die door de leerkracht of door de intern begeleider zullen worden ondernomen. Deze acties liggen tussen hulp binnen de groep door de leerkracht (fase 1) en verwijzing naar het speciaal onderwijs (fase 6). Zodra een leerling wordt opgenomen in de zorgstructuur zullen de ouders hiervan op de hoogte worden gesteld. Indien wenselijk en/of mogelijk zullen de ouders betrokken worden bij de speciale zorg aan hun kind. Indien binnen de school de nodige deskundigheid ontbreekt, kan de interne begeleider een beroep doen op o.a. de schoolbegeleidingsdienst (ABCG) of het samenwerkingsverband (WSNS), waarin naast een aantal andere basisscholen ook het speciaal onderwijs vertegenwoordigd is. In voorkomende gevallen kan ook de afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD ingeschakeld worden.

Indien de school niet over voldoende middelen beschikt om de speciale zorg aan een leerling te realiseren, kan een aanvraag tot toelating op een speciale school voor basisonderwijs een oplossing zijn. Een aanvraag hiervoor kan nooit geschieden zonder toestemming van de ouders en wordt altijd getoetst door de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Indien ouders liever niet willen dat hun kind naar het speciaal onderwijs gaat, bestaat er ook nog de mogelijkheid om leerlinggebonden financiering aan te vragen (het rugzakje).

Naast de speciale zorg voor leerlingen met een vertraagde of stagnerende ontwikkeling kennen wij ook de speciale zorg voor leerlingen waarbij de ontwikkeling juist heel snel verloopt. Om de zorg aan deze leerlingen zo goed mogelijk te laten verlopen hebben wij een beleidsplan opgesteld. In dit plan wordt o.a. omschreven hoe de signalering verloopt en op welke wijze de begeleiding kan verlopen.